Wat trek je aan naar Distortion: in Kopenhagen is het in juni overdag 20°C en 's nachts 12°C, in de straten van de stad, met een gemiddelde kans op regen. Dat vraagt om een dunne basis met één warme laag die je kunt meedragen, gedempte sneakers of een lage laars, en een tas die klein genoeg is voor de regels bij de ingang. Het publiek neigt naar streetwear, technozwart en party, dus lees je zwart en functioneel als iemand die er vaker komt.
Mannen kleden zich op Distortion rond drie beslissingen: hoeveel je uit kunt trekken als het 20°C (68°F) wordt, wat je weer aantrekt bij 12°C (54°F), en of je schoenen 5 dagen straten in de stad aankunnen.
De stijlen die overheersen op Distortion zijn streetwear, technozwart, party en urban. Dat is de beeldtaal van het terrein, de podia, de merch en de publieksfoto's. Een outfit die die taal spreekt oogt bedacht in plaats van geleend.
Dit publiek kiest functie boven vertoon. Zwart, praktisch en goede schoenen lezen als ingewijd; veel glitter en verkleedkleding lezen als toerist. Niemand houdt je tegen, maar je voelt het.
Wat mensen echt dragen: één goede laag over een dunne basis, want na zonsondergang halveert de temperatuur; iets herkenbaars, een kleur, een hoed of een vlag, zodat je gezelschap je terugvindt in een menigte van dit formaat.